De Nederlandse Vechtsportautoriteit verbood bij haar oprichting in 2017 alle hoofdcontact in jeugdwedstrijden tot 18 jaar. Deze rigoureuze ingreep was nodig omdat de vechtsportsector op dat moment organisatorisch zeer versnipperd en erg zwak was. Dit leidde tot onverantwoorde situaties waarbij kinderen te vaak en te hard op het hoofd werden geraakt. Het verbod leidde aanvankelijk tot weerstand, maar al snel groeide het draagvlak. Steeds meer onderzoeken wezen op de risico's en het bewustzijn nam ook binnen de vechtsport toe. Inmiddels is er in de hele sportwereld een dialoog ontstaan over mogelijke hersenschade door impact op het hoofd, waarin de vechtsportsector een actieve rol speelt.
Afgelopen jaren bracht de VA de regulering en organisatie van de vechtsport op orde. De versnippering kwam ten einde met de oprichting van de NVB. Dit leidde tot de vraag uit de vechtsportsector of de tijd rijp was om het verbod op hoofdcontact aan te passen. Dit werd onder meer ingegeven door een ongewenst neveneffect van het totaalverbod: jonge sporters gaan net over de grens met hoofdcontact vechten, zonder beperkingen en buiten toezicht van de VA. Een aangepast verbod kan de verleiding om uit te wijken wegnemen en jonge sporters terugbrengen onder het Nederlands toezicht.
De VA en de NVB concludeerden na zorgvuldig overleg, onder meer ook met de ringartsen, dat er ruimte is om sporters van 16 en 17 jaar te laten kiezen voor wedstrijden met of zonder hoofdcontact. Wedstrijden met hoofdcontact worden begeleid door speciaal opgeleide officials. Zij zullen een wedstrijd vroegtijdig beëindigen wanneer de veiligheid daarom vraagt. Er worden bokshandschoenen met extra vulling gebruikt. Hoofdcontact wordt niet toegestaan tijdens toernooien met meerdere wedstrijden op een dag, om de impact te beperken. Als wordt gekozen voor wedstrijden met hoofdcontact, moeten ouders of verzorgers zich hiermee schriftelijk akkoord verklaren. Alle details en de antwoorden op veel gestelde vragen lees je binnenkort op www.nederlandsevechtsportbond.nl.
Het totaalverbod was passend bij de toen geldende situatie. Nu de regulering en veiligheidswaarborgen sterk zijn verbeterd, kan het verbod onder strikte voorwaarden worden aangepast. Wedstrijden onder de aangepaste regels worden nadrukkelijk door de NVB en de VA gemonitord en geëvalueerd, in nauwe samenwerking met de ringartsen en gespecialiseerde wetenschappers. Ook met het aangepaste verbod blijft de vechtsport voorloper in het beperken van impact op het hoofd bij sportende kinderen. De NVB en de VA blijven over dit onderwerp constructief in gesprek met het ministerie van VWS en NOC*NSF en delen ervaringen met sportbonden die ook beschermende maatregelen willen nemen.

